| ||
In een heleboel religieuze tradities beoefenen mensen het buigen. Dat gaat ook op voor de zen boeddhistische Weg. Dit is een verhaal voor al die kinderen die zich op een dag afvragen: "Waarom moeten we eigenlijk buigen?" Lang, lang geleden leefde er eens een grote Moederboom. Tussen haar brede wortelvoeten groeiden haar kinderen. Verschillende peuterbomen stonden daar en ze keken vaak omhoog naar hun Moeder-boom. Ze probeerden om zo snel te groeien als ze konden, want ze wilden graag net zo groot worden als Moederboom. Iedere morgen, als de zon weer opstond, maakte Moederboom een diepe buiging voor de zon. Iedere avond, als de zon weer ging slapen, maakte Moederboom een diepe buiging. Moederboom boog ook voor de wind en de regen en de aarde, iedere ochtend en iedere avond. Natuurlijk deden alle peuterbomen hun Moederboom na en zij maakten hun peuterbuigingen, iedere ochtend en iedere avond. Alle peuterbomen ......? Nee, niet allemaal ...... Eén peuterboom dacht bij zichzelf: "Ik wil groeien zo snel als ik kan. Als ik buig maak ik mezelf kleiner. Ik vind mijn moeder maar stom. Vanaf vandaag besluit ik om niet meer te buigen!!!" En van deze dag af boog hij niet meer. Natuurlijk merkte Moederboom dat op en ze vroeg: "Waarom buig jij niet meer?" En Peuterboom antwoordde: "Nou, ik wil graag een grote boom worden. En als ik buig, maak ik mezelf kleiner en dat wil ik niet meer hoor!" Moederboom zei niks, maar ze schudde haar bladeren en ze leek een beetje bezorgd. En zo boog de kleine peuterboom niet meer. Eerst voelde hij zich lekker en goed. Hij moest lachen om broer- en zusbomen en ook een beetje om Moederboom, als zij hun buigingen maakten. Maar toen merkte hij dat zijn wortels en zijn takken stijf begonnen te worden. Zijn bladeren begonnen te verdrogen, omdat het moeilijk was om regen met zijn stijve wortels op te zuigen. En het was ook moeilijk om in de aarde te blijven staan. Omdat zijn wortels zo stijf werden konden ze de aarde niet meer vast grijpen. De zon brandde op zijn kleine hoofdbladeren. Peuterboom begon zich ongelukkiger te voelen. Hij merkte dat de andere peuterbomen groeiden en onze Peuterboom .... groeide niet, maar begon te krimpen. Op een dag scheen de zon heel heet. Alle bomen maakten een diepe buiging voor haar. Peuterboom voelde zich heel zwak, terwijl hij zo stijf en stram stond. En die avond was er een zware storm met heel veel regen en toen .... ooo .... wat gebeurde er? Peuterboom was zo stijf dat hij bijna in tweeën brak. Dat was zo pijnlijk, dat hij heel zacht begon te huilen en toen steeds harder. Moederboom hoorde haar peuterboom huilen en zij boog zich naar hem voorover en vroeg: "Wat is er aan de hand, mijn lieve peuterboom?" En Peuterboom kon eerst niet antwoorden omdat hij zo hard moest huilen en toen zei hij: "Moeder, ik begin te krimpen en ik ben zo stijf geworden. O, wat was ik dom om te denken, dat ik niet hoefde te buigen om een grote boom te worden. En nou ben ik bijna dood!" En Peuterboom begon opnieuw te huilen. Moederboom schudde haar bladeren en zei: "O nee .... jij bent niet bijna dood. Je hoeft alleen maar weer te beginnen met buigen en dan voel je weer het leven in je stammetje en je takjes." En dat deed Peuterboom. Hij boog en boog, dieper dan de andere peuterbomen. En hij begon te groeien en voelde zich weer gelukkig. Hij groeide tot hij een grote boom was. Moederboom noemde deze Peuterboom 'Wil-graag-buigen', omdat hij nu zo graag wilde buigen. En later, omdat 'Wil-graag-buigen' zo'n lange naam was, werd de naam ingekort tot 'wilg'. Mijn meester Prabhasa Dharma Roshi zei eens: “Van buigen wordt je buigzaam”. En dat geldt niet alleen voor bomen…..!!! Jishin Hendriks, Oktober 2002 |
