| ||
Er was eens een koning, die drie dochters had. Toen de koning ouder werd, gingen zijn gedachten wel eens uit naar de toekomst. Hij wilde zijn land liever niet in drieën delen, omdat hij dat niet zo goed vond voor zijn volk. Op een dag riep hij na lang nadenken riep zijn dochters bij zich. Hij zei: "'Luister! Ik word ouder en op een dag zal ik sterven. Voor dit land en volk is het beter als het niet in drieën wordt verdeeld. Maar ik heb jullie allemaal even lief, dus ik kan eigenlijk niet tussen jullie drie kiezen. Nu heb ik het volgende bedacht. Ik stel jullie een vraag; jullie krijgen twee weken de tijd om na te denken en dan presenteren jullie je antwoord. Daarna zal ik een keuze maken. De vraag luidt: wat is het beste voor mijn volk; wat hebben ze nodig om gelukkig te zijn?" Peinzend gingen de dochters ieder huns weegs. Na twee weken ging de koning op zijn troon zitten en riep zijn dochters. Eerst kwam de oudste dochter en ze bracht kostbare rollen stof, edelstenen en geld met zich mee. Ze zei: "De mensen hebben rijkdom en welvaart nodig om gelukkig te zijn". De koning humde goedkeurend en wenkte vervolgens zijn middelste dochter. Zij trad naar voren aan de arm van een jonge imposante generaal en zei: "Vader, de mensen hebben veiligheid nodig, sterke grenzen bewaakt door soldaten", waarbij ze wat dwepend opkeek naar de generaal. De koning zei "hmmm" met een toegeeflijke glimlach en hij riep zijn jongste dochter. Zij stapte naar voren met in haar handen een houten bord met daarop een bergje zout. Tegen de verbaasde koning zei ze: "Vader, de mensen hebben aandacht nodig voor de alledaagse dingen: hout om hun vuren mee te stoken en..." "Genoeg!!!", bulderde de koning kwaad, "Hoe waag je het om met zoiets onbenulligs aan te komen?" Hij pakte haar het bord af en smeet het op de grond. "Eruit!!!", schreeuwde hij woest,"Ik wil je nooit meer zien". Diepbedroefd draaide zijn jongste dochter zich om en verliet het paleis. Ondertussen zei de koning tegen zijn andere dochters dat hij nog na moest denken over hun antwoorden en dat hij later zijn keuze bekend zou maken. De jongste dochter liep het kasteel uit maar zij was er de persoon niet naar om moedeloos het hoofd te laten hangen. Onderweg kwam zij een jonge boerendochter tegen die ongeveer net zo groot was als zijzelf. Zij stelde haar voor van kleding te verwisselen. De boerendochter vond het geweldig om eens van die mooie kleren te hebben, dus die zei vlug ja. Achter een bosje kleedden zij zich snel om: de boerendochter huppelde opgetogen naar huis en de jongste dochter draaide zich om en ging in de werkkleding van de boerin op het paleis aan. Daar aangekomen klopte ze op de achterdeur en vroeg of ze nog hulp in de keuken konden gebruiken. In zo'n groot paleis is een extra paar handen altijd welkom en zo begon de prinses als jongste keukenmeisje in het paleis. Zij werkte hard en deed de haar opgedragen taken zo goed, dat ze steeds meer verantwoordelijk werk kreeg en na enige tijd werd ze assistent van de hoofdkok. Ze maakte de heerlijkste soepen en bakte van alles en nog wat. Ondertussen was de middelste dochter tot over haar oren verliefd geraakt op de jonge generaal én hij op haar. Het duurde niet lang of de generaal vroeg de koning om haar hand. De koning stemde toe en zo kwam er een schitterende bruiloft met vele gasten met als hoogtepunt het feestelijke bruiloftsmaal. Er werd gezongen en gedanst maar natuurlijk ook gegeten. Daar werd een zalige soep binnengebracht met heerlijk geurend brood. De koning kon de verleiding niet weerstaan om alvast een stukje brood te proeven. Hij nam een hap en.... "Jagg, dat brood smaakt nergens naar! Wie heeft dat gemaakt?" In de consternatie werd snel de hoofdkok gehaald, die stond te bibberen van angst. "Sire, ik wwwwweet niet hoe dit kan. Mijn beste assistente heeft dit brood gebakken". "Haal haar hier!", bulderde de koning. En zo werd de assistente, die eigenlijk de jongste prinses was, voor de koning gebracht. Boos vroeg de koning waarom het brood zo smakeloos was. Onbevreesd stond de jongste prinses voor de koning en zei: "Sire, aandacht hebben voor alledaagse dingen als zout in het brood is toch iets onbenulligs?". Opeens herkende de koning zijn jongste dochter en hij was geroerd door haar moed en wijsheid. Hij koos haar tot opvolger, maar zij zei in al haar wijsheid, dat zij samen met haar zussen in goede harmonie het land zou besturen. En zo geschiedde het. Toen de oude koning stierf, regeerde de jongste prinses samen met haar zussen en de mensen leefden in voorspoed en geluk. Ze hielden van alle prinsessen veel, maar de jongste prinses had een speciaal plekje in hun hart omdat ze aandacht had voor het leven van alledag. Vergeet jij ook niet je leven van alledag te kruiden met het zout van de aandacht, dan heb je een smaakvol leven! Jishin Hendriks, Februari 2002 |
